ECLI:NL:RBMNE:2021:5416
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot toekenning van aanvullende huisnummers aan verblijfsobjecten volgens Wet BAG
Eisers, eigenaren van twee woningen die elk zijn gesplitst in drie afzonderlijke woonruimtes, vroegen de gemeente Almere om aanvullende huisnummers toe te kennen aan deze verblijfsobjecten. De gemeente weigerde dit op grond van het ontbreken van een omgevingsvergunning voor de splitsing.
De rechtbank stelde vast dat de gesplitste woonruimtes als verblijfsobjecten in de zin van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (Wet BAG) zijn geregistreerd. Op grond van artikel 6 van Pro de Wet BAG in samenhang met artikel 3, tweede lid, van de Verordening Almere is de gemeente verplicht aanvullende huisnummers toe te kennen aan deze verblijfsobjecten zonder nadere belangenafweging.
De rechtbank oordeelde dat de toekenning van huisnummers niet afhankelijk kan worden gesteld van een omgevingsvergunning, omdat dit een ander besluit betreft met andere belangen. De vaste werkwijze van de gemeente om huisnummers pas toe te kennen na vergunningverlening is strijdig met de wet en jurisprudentie.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd de gemeente opgedragen het betaalde griffierecht aan eisers te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verplicht de gemeente Almere tot toekenning van aanvullende huisnummers aan de gesplitste verblijfsobjecten.