Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres] uit [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar appartement, gelegen aan een adres in een appartementencomplex, voor het belastingjaar 2020. Verweerder had de waarde vastgesteld op €448.000,- op basis van marktgegevens en een taxatiematrix die vergelijkbare referentiewoningen in hetzelfde complex gebruikte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met de taxatiematrix aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Hierbij werd rekening gehouden met verschillen zoals het ontbreken van daglicht in een kamertje van de woning, wat resulteerde in een lagere waarde per vierkante meter dan de referentiewoningen. Eiseres voerde diverse bezwaren aan, waaronder onvoldoende correctie voor VvE-reserves, waardedruk door het ontbreken van hypotheekmogelijkheden, en het gelijkheidsbeginsel, maar kon deze niet aannemelijk maken.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde waarde op juiste wijze was bepaald, mede omdat verweerder de verkoopprijzen had gecorrigeerd en geïndexeerd naar de waardepeildatum. Eiseres slaagde er niet in om concrete identieke woningen aan te voeren die lager waren gewaardeerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het appartement wordt ongegrond verklaard.