Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres] uit [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.De WOZ-waarde van het object is de waarde in het economisch verkeer.
.De rechtbank is van oordeel dat verweerder in zijn verweerschrift en met de gegeven toelichting ter zitting, aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van het object niet te hoog is vastgesteld. Verweerder heeft toegelicht dat uit gegevens van het Kadaster blijkt dat het object op 27 december 2017 door eiseres is aangekocht voor € 170.000,-. Gelet op deze verkooptransactie zeer kort voor de waardepeildatum 1 januari 2018 vindt verweerder dat dit bedrag de waarde van het object in het economisch verkeer vertegenwoordigt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat een juist uitgangspunt voor de waardering van het object, omdat de waarde ervan het best kan worden vastgesteld aan de hand van een eigen koopcijfer dat rondom de waardepeildatum is overeengekomen. Dat kan anders zijn als de verkoop onder bijzondere omstandigheden tot stand is gekomen en daarmee niet marktconform is. Hier is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het eigen aankoopcijfer niet als uitgangspunt gehanteerd zou kunnen worden voor de waardebepaling op waardepeildatum