ECLI:NL:RBMNE:2021:5428
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 14 september 2021 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor het telen van hennep in strijd met de Opiumwet.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €76.455,78, maar matigde dit ter zitting tot €38.227,-. De verdediging stelde dat veroordeelde geen financieel voordeel had genoten, omdat de eerste oogst mislukte en de tweede oogst door de politie werd aangetroffen.
De rechtbank volgde de verklaring van veroordeelde dat er geen financieel voordeel was behaald uit de hennepteelt. Op grond hiervan werd de vordering tot ontneming afgewezen omdat geen wederrechtelijk verkregen voordeel kon worden vastgesteld.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank op 28 september 2021, waarbij mr. A. Bouteibi voorzitter was, met mr. D. Riani el Achhab en mr. C.S.K. Fung Fen Chung als rechters. Mr. Riani el Achhab kon het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens het ontbreken van financieel voordeel.