Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
mochtvastbinden en anaal mocht penetreren met zijn vingers en dat hij per ongeluk met vier vingers naar binnen is gegleden. Ter zitting heeft hij hier nog aan toegevoegd dat het goedmaakseks zou zijn geweest.
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ). [slachtoffer 2] verklaarde mij in de Engelse taal: ik ben zojuist verkracht door een man. Ik kwam uit Paradiso en wilde een taxi nemen richting de hostel. Ik ontmoette de man op straat voor de Paradiso en de man zei mij dat hij een taxi voor mij had. Ik stapte bij de man in een auto. De rit duurde zeker wel een half uur. Ik zag een bord dat we Amsterdam uit waren gereden. Ik vroeg de man waar hij mij heen bracht, want dit was niet de weg naar de hostel. De man bracht mij naar een groot meer met veel hoge bomen. Het was er donker en hij trok mij uit de auto. Hij dwong mij om hem te pijpen. Ik wilde dit niet, maar ik moest van hem. Ik was bang dat als ik niet zou doen wat hij vroeg hij mij misschien wat ging doen. Ik heb hem gepijpt. Daarna was het niet genoeg en duwde hij mij over de auto en verkrachtte hij mij. Hij heeft mij zonder condoom gepenetreerd. [9]
one night stand. Zij hadden afgesproken dat aangeefster bij verdachte thuis de nacht zou doorbrengen, maar tijdens de autorit daar naartoe begon aangeefster verdachte al te pijpen. Verdachte heeft zijn auto daarom stilgezet op een parkeerplaats, waar zij zonder gebruik van condoom orale en vaginale seks hebben gehad. De afspraak was dat verdachte niet in aangeefster zou klaarkomen, maar dat is in het heetst van de strijd wel gebeurd. Verdachte vermoedt dat aangeefster daar boos om was. Daarnaast bleek op enig moment dat verdachte diezelfde nacht nog bij een andere vrouw langs kon, waardoor aangeefster niet bij hem kon blijven slapen. Ook daar was aangeefster volgens verdachte niet blij mee. Gelet op het voorgaande zijn de verklaringen van aangeefster ongeloofwaardig en onbetrouwbaar, waardoor deze niet moeten worden gevolgd.
5.BEWEZENVERKLARING
- het naar de grond brengen van [slachtoffer 1] en
- het aanleggen van een nekklem bij [slachtoffer 1] en
- het boeien van de handen van [slachtoffer 1] met een riem en handboeien en een touw en
- het op bed duwen van [slachtoffer 1] en
- het duwen van het gezicht van [slachtoffer 1] in een dekbed waardoor die [slachtoffer 1] geen adem kon halen en
- het zetten van een mes tegen de nek van [slachtoffer 1] ,
heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten
- het meermalen duwen van zijn, verdachtes, vingers en gebalde vuist in de anus van [slachtoffer 1] ;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 10.000,- billijk. Voor het meerdere zou de rechtbank nader geïnformeerd moeten worden over de bovengenoemde feiten en omstandigheden, hetgeen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 10.385,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] wat betreft de overige gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 10.385,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 86 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] geheel toe tot een bedrag van € 13.838,92;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2013 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat