ECLI:NL:RBMNE:2021:5475
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen intrekking bijstandsuitkering wegens inkomen
Eiseres ontving vanaf december 2019 een bijstandsuitkering. Verweerder herzag in december 2020 de bijstand over april 2020 vanwege niet verrekende vakantie-uitbetaling en trok de uitkering met ingang van 12 mei 2020 in omdat eiseres was gaan werken en haar inkomen de bijstandsnorm overschreed. Eiseres stelde dat de intrekking onterecht was omdat de betaling in mei 2020 betrekking had op april en verweerder binnen zes maanden na haar melding van werk had moeten handelen.
De rechtbank oordeelde dat de betaling in mei 2020 correct was en dat eiseres vanaf 12 mei 2020 meer verdiende dan de bijstandsnorm, waardoor intrekking gerechtvaardigd was. De melding van werk op 9 juni 2020 gaf verweerder zes maanden om actie te ondernemen, wat tijdig gebeurde op 2 december 2020. De eerdere melding in maart 2020 was onvoldoende concreet om eerder actie te rechtvaardigen.
Eiseres voerde aan dat het terugvorderingsbedrag van ruim €700 voor haar zwaar woog, maar de rechtbank vond geen dringende redenen voor kwijtschelding, mede omdat een betalingsregeling mogelijk is en de beslagvrije voet bescherming biedt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.