ECLI:NL:RBMNE:2021:5479
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens juiste WOZ-waarde woning vastgesteld
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €265.000,- voor het belastingjaar 2020 met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en bepleitte een lagere waarde van €180.000,-, onder meer omdat verweerder geen rekening had gehouden met de eigen aankoopprijs van €162.000,- uit 2017 en dat de toestandsdatum leidend moest zijn in plaats van de waardepeildatum.
De rechtbank oordeelde dat de eigen aankoopprijs te ver van de waardepeildatum lag om als vergelijkingsmaatstaf te dienen, mede gezien de sterke ontwikkelingen op de woningmarkt en de beschikbaarheid van recentere vergelijkbare verkopen. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de woning op de door eiser gestelde toestandsdatum volledig gestript was, zodat de waardepeildatum leidend bleef.
Verweerder had met een taxatiematrix aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was, waarbij rekening was gehouden met relevante kenmerken van de woning en referentiewoningen. Eiser had geen gegronde bezwaren tegen de gebruikte referentiewoningen ingebracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €265.000,- wordt gehandhaafd.