ECLI:NL:RBMNE:2021:5493
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning in Utrecht voor belastingjaar 2020
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar tussenwoning in Utrecht, met een oppervlakte van circa 80 m2 en gelegen op een kavel van 55 m2. Verweerder had de waarde vastgesteld op € 359.000,- per 1 januari 2019, welke tevens als heffingsmaatstaf werd gebruikt voor de aanslag onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing.
De rechtbank overwoog dat verweerder met een taxatiematrix en toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix baseerde zich op vergelijkingsmethoden met referentiewoningen van hetzelfde type en hield rekening met verschillen in gebruiks- en perceeloppervlakte. De door eiseres aangevoerde argumenten, zoals enkel glas, achterstallig onderhoud, ligging naast een studentenwoning en lagere verkoopprijzen van andere woningen, werden door verweerder gemotiveerd weerlegd en door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat de onderhoudstoestand van de woning als 'voldoende' kon worden aangemerkt en dat de ligging in een studentenwijk geen afwijkende waardedrukkende factor vormde, omdat dit ook gold voor de referentiewoningen. Daarnaast was de waardering per m2 van de woning lager dan die van vergelijkbare referentiewoningen, wat eventuele nadelen compenseerde.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 3 november 2021 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 359.000,- wordt ongegrond verklaard.