Eiseres, een Italiaanse studente en voormalig werknemer met een tijdelijke arbeidsovereenkomst, werd vanaf november 2020 gedeeltelijk arbeidsongeschikt en ontving ziektewet- en WW-uitkeringen. Verweerder stelde dat zij vanaf november 2020 niet meer als migrerend werknemer kon worden aangemerkt en daarom geen recht had op studiefinanciering.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit van beëindiging van de arbeidsovereenkomst onvoldoende is om de status van migrerend werknemer te verliezen. Gezien de ziekteperiode en het ontvangen van uitkeringen op grond van de Ziektewet en Werkloosheidswet, was eiseres tijdelijk arbeidsongeschikt en onvrijwillig werkloos, waardoor zij haar status behield.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen vier weken een nieuw besluit moet nemen over de studiefinanciering voor de periode 1 november 2020 tot 1 juli 2021. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.