ECLI:NL:RBMNE:2021:5527
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op kinderbijslag na wijziging hoofdverblijf kinderen
Eiseres maakte aanspraak op kinderbijslag voor haar kinderen over het tweede kwartaal van 2020, stellende dat het hoofdverblijf van de kinderen feitelijk bij haar was vanwege tijdelijke coronamaatregelen. Verweerder baseerde de weigering op een beschikking van de rechtbank uit oktober 2019, waarin het hoofdverblijf bij de vader was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat voor het bepalen van het hoofdverblijf de feitelijke situatie op de peildatum 1 april 2020 leidend is, maar dat een tijdelijke verblijfssituatie van minder dan zes maanden niet leidt tot een wijziging van het hoofdverblijf. Omdat de kinderen pas ongeveer twee weken bij eiseres verbleven en de situatie tijdelijk was, was er geen sprake van een bestendige nieuwe situatie.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit was ingetrokken. Verweerder werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op kinderbijslag over het tweede kwartaal van 2020 wordt ongegrond verklaard omdat op de peildatum geen bestendige nieuwe hoofdverblijfplaats van de kinderen bij eiseres was.