Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Waar gaat het over?
2.De beoordeling
[C (achternaam)] / [C (achternaam)]), rov. 3.3). [verzoekster] kan zich in het voorlopig getuigenverhoor dan ook niet beroepen op een familieverschoningsrecht. Dat betekent dat [verzoekster] de vragen van de advocaat van [verweerder] over de verdeling van de werkzaamheden binnen [naam eenmanszaak] dient te beantwoorden.
de familie [B (achternaam)] strikt genomen client is geweest van [naam eenmanszaak]" en "
[verzoekster] vrijwillig heeft geholpen en in dát kader betrokken was bij de familie [B (achternaam)]". Nu de gestelde vragen betrekking hebben op (de inhoud van) deze ondersteunende werkzaamheden, wijst de rechter-commissaris het beroep op een functioneel verschoningsrecht af.