Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 januari 2021 in de zaak tussen
[eiser] , in [woonplaats] , eiser,
[bedrijf], gevestigd in [plaats] .
Inleiding
Overwegingen
sprake van een overtreding?
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser woont naast het perceel van het bedrijf dat een vergunning heeft voor het gedeeltelijk dempen van een watergang en het aanleggen van een afrastering en windsingel. Eiser stelt dat het bedrijf de vergunningvoorschriften niet heeft nageleefd, met name dat de watergang niet voldoende is verbreed en dat de afrastering en windsingel niet voldoen aan de vergunning.
Verweerder, het Hoogheemraadschap, heeft het verzoek van eiser om handhavend op te treden afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de watergang inderdaad 5 cm smaller is dan de vereiste 2 meter, maar dat handhavend optreden in dit geval onevenredig is omdat deze minimale afwijking geen invloed heeft op de doorstroming en bergingscapaciteit. Daarnaast is de afrastering en windsingel inmiddels vergunningvrij vanwege een nieuwe keur, waardoor geen sprake is van een overtreding.
De rechtbank volgt de meetmethode van de toezichthouder en acht het standpunt van verweerder dat handhaving onevenredig is, gegrond. Ook het bezwaar dat de afrastering en windsingel niet voldoen aan de oude vergunning wordt verworpen omdat de nieuwe regelgeving geen vergunningplicht meer kent. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard.