ECLI:NL:RBMNE:2021:5619
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard tegen besluit over Tijdelijke tegemoetkomingsregeling kinderopvangtoeslag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Financiën waarbij de tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling kinderopvangtoeslag (TKKO) werd vastgesteld. De Sociale Verzekeringsbank had namens verweerder een bedrag toegekend gebaseerd op een peildatum van 6 april 2020, terwijl eiser contractueel meer uren kinderopvang had afgenomen in de periode van 16 maart tot en met 7 juni 2020.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van 28 juli 2021 waarin werd geoordeeld dat de peildatum buiten toepassing moet worden gelaten vanwege de onevenredige nadelige gevolgen en strijd met het vertrouwensbeginsel. Eiser had facturen en bankafschriften overgelegd waaruit bleek dat de dochter van eiser vier dagen opvang had in plaats van drie, wat een substantiële afwijking oplevert.
De rechtbank oordeelt dat de toezeggingen van de overheid concreet waren en dat het vertrouwensbeginsel van toepassing is. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. De tegemoetkoming wordt berekend op basis van het juiste aantal contractuele uren. Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen met een nieuwe berekening van de tegemoetkoming op basis van het juiste aantal contractuele uren.