Eisers ervaren ernstige en herhaaldelijke geluidsoverlast van bewoners van een pand dat door verhuurders aan studenten wordt verhuurd. Verweerder heeft een verzoek tot handhaving afgewezen, stellende dat bestuursdwang een ultimum remedium is en eerst restrictieve handhaving door de politie moet plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom handhaving door de politie een geschikte wijze is om de overlast tegen te gaan, temeer daar eerdere politie-inzet niet het gewenste effect had. Eisers betogen dat politiehandhaving niet restrictiever is dan bestuursdwang en dat de professionele verhuurders strengere eisen aan goed verhuurderschap moeten voldoen.
De rechtbank concludeert dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat andere maatregelen effectief zijn en dat bestuursdwang daarom niet onnodig is. Tevens is gebleken dat verhuurders en bewoners niet als belanghebbenden zijn gehoord, wat wel had moeten gebeuren. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en een hoorzitting te organiseren.
Daarnaast worden eisers de proceskosten toegekend, inclusief griffierecht, vanwege onvoldoende motivering van het primaire besluit en het bestreden besluit. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering en het toepassen van bestuursdwang als ultimum remedium.