Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[geopposeerde sub 1] ,
[geopposeerde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 oktober 2020
- het door deze rechtbank op 9 december 2020 tussen [geopposeerde sub 1] en [geopposeerde sub 2] enerzijds en Florius anderzijds bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer 510822 / HA ZA 20 - 773
- de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord) van 8 januari 2021
- de brief van de advocaat van [geopposeerde sub 1] en [geopposeerde sub 2] van 20 september 2021 met producties
- de brief van de advocaat van Florius van 30 september 2021 met een productie
- de spreekaantekeningen van de advocaten [geopposeerde sub 1] en [geopposeerde sub 2] respectievelijk van Florius, die zijn voorgelezen tijdens de mondelinge behandeling van 1 oktober 2021.
Voor de onderlinge verhouding van de vennoten geldt het vermogen van de CV als gemeenschappelijk vermogen in economische zin.