ECLI:NL:RBMNE:2021:5630
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ondertekend bezwaarschrift bij AOW-uitkering
Eiser diende beroep in tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een handtekening onder het bezwaarschrift. Eiser stelde dat hij wel degelijk een handtekening had gezet en begreep niet waarom hij geen AOW-uitkering ontving.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaarschrift van 23 maart 2020 niet was ondertekend. Verweerder had eiser de mogelijkheid geboden om alsnog te ondertekenen, maar hiervan werd geen gebruik gemaakt. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van de handtekening een wettelijke tekortkoming is die rechtvaardigt dat het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De rechtbank verwierp het beroep als kennelijk ongegrond, omdat het ondertekenen van andere documenten zoals de aanvraag en het beroepschrift niet hetzelfde is als het ondertekenen van het bezwaarschrift. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet is ondertekend en daarom terecht niet-ontvankelijk is verklaard.