Uitspraak
1.Procesverloop
- mr. T.F.M. Hindriks, de advocaat van betrokkene;
- mevrouw M.H. Hoogendam, officier van justitie;
- mevrouw [A] , behandelaar.
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1987, te [geboorteplaats] , af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De officier van justitie heeft een verzoek ingediend tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die sinds kort niet meer in detentie verblijft en van wie de huidige verblijfplaats onbekend is. Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege coronamaatregelen via Skype plaatsvond, was betrokkene niet aanwezig en bleek hij niet juist te zijn opgeroepen.
De rechtbank oordeelt dat zij onbevoegd is omdat betrokkene geen recente regiobinding heeft met de rechtbanklocatie Utrecht. Daarnaast is inhoudelijk vastgesteld dat er onvoldoende feitelijke observaties zijn die wijzen op een psychische stoornis en ernstig nadeel. De onafhankelijke psychiater kon geen stoornis aantonen, en de geneesheer-directeur bevestigde dat er geen stoornis of ernstig nadeel is vastgesteld.
De advocaat van betrokkene voerde primair niet-ontvankelijkheid aan wegens onbevoegdheid, subsidiair aanhouding van de behandeling wegens onjuiste oproeping, en meest subsidiair afwijzing wegens ontbreken van de vereisten voor een zorgmachtiging. De rechtbank volgt deze standpunten en wijst het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot verlening van zorgmachtiging wordt afgewezen wegens onbevoegdheid en onvoldoende onderbouwing van psychische stoornis.