ECLI:NL:RBMNE:2021:5747
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en niet-ontvankelijkheid in ontnemingsvordering wegens ontbreken veroordeling
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie tegen verdachte, die strekte tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel. De zaak werd inhoudelijk behandeld tijdens meerdere zittingen tussen februari 2019 en november 2021.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €413.118,22, later verlaagd tot €328.468,83, als ontnemingsbedrag. De verdediging voerde aan dat vanwege de bepleite vrijspraak in de onderliggende strafzaak de ontnemingsvordering niet ontvankelijk moest worden verklaard. Tevens werd subsidiar de overschrijding van de redelijke termijn aangevoerd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de feiten waarop het ontnemingsbedrag was gebaseerd. Hierdoor ontbrak een veroordeling, hetgeen de ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering in de weg staat. De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering en wees de vordering af.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens het ontbreken van een veroordeling.