ECLI:NL:RBMNE:2021:5762
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verschoningsverzoek rechter wegens belangenverstrengeling met advocaat van partij
In een handelszaak tussen twee bedrijven heeft een rechter een verzoek tot verschoning ingediend omdat zijn zoon advocaat is bij hetzelfde advocatenkantoor en zelfs sectiegenoot is van de advocaat die een van de partijen in de hoofdzaak bijstaat. De rechter acht zich hierdoor niet vrij om de zaak verder te behandelen vanwege de schijn van belangenverstrengeling.
De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 40 en Pro 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kamer benadrukt dat verschoning dient ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, waarbij ook de schijn van partijdigheid een belangrijke rol speelt om het vertrouwen in het rechterlijk apparaat te behouden.
Gezien de omstandigheden acht de verschoningskamer het verzoek gegrond. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn bestaat dat hij niet onpartijdig kan zijn. Daarom is besloten dat de rechter zich moet onthouden van verdere behandeling van de hoofdzaak. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wegens schijn van belangenverstrengeling is gegrond verklaard.