In deze bestuursrechtelijke zaak staat de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de aanleg van een poel centraal. Eisers hadden bezwaar gemaakt tegen een eerder genomen besluit (bestreden besluit 1), waarop de rechtbank een tussenuitspraak deed en verweerder de gelegenheid gaf de gebreken te herstellen met een nieuwe beslissing op bezwaar (bestreden besluit 2).
Verweerder heeft het eerste besluit ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit met een aanvullende motivering, gebaseerd op een rapport van Buro SRO. Dit rapport concludeert dat de aanleg van de poel een onevenredige aantasting veroorzaakt van de cultuurhistorische en landschapswaarden, welke niet kan worden voorkomen door nadere voorwaarden. Tevens is het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat de andere waterpartijen in de omgeving niet vergelijkbaar zijn met de aangevraagde poel.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met het nieuwe besluit de gebreken heeft hersteld en verklaart het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat eisers geen proceskosten hebben gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
De uitspraak bouwt voort op de eerdere tussenuitspraak en bevestigt dat het nieuwe besluit voldoet aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht en het geldende bestemmingsplan.