Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 november 2021;
- een proces-verbaal van 30 mei 2021 van aangever [politieambtenaar] , pagina 17.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
poging tot zware mishandeling;
mishandeling terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
6 maanden voorwaardelijk, onder de voorwaarde dat
9BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 6 maanden en 13 dagen;
een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 jarenvast;
een taakstraf van 240 uren;
4 maandenhechtenis;
- wijst de vordering van [politieambtenaar]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [politieambtenaar] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [politieambtenaar] aan de Staat € 800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 16 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
heft ophet geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.