Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]) onder de douche gestaan. Ik heb haar lichaam toen gewassen. Dit hield in dat ik haar haar benen, haar rug, haar billen en haar borsten waste. Bij het wassen van haar benen ging ik met mijn hand tussen haar benen omhoog en heb ik eenmalig haar schaamstreek aangeraakt. Ik werd daar opgewonden van. Zij duwde mijn hand toen weg. Ik kreeg wel eens een erectie als wij samen in de badkamer waren. Zij zat dan in bad en ik stond onder de douche. Voornoemde handelingen zijn voor de zomer van 2007 begonnen en in de zomer van 2008 was het voorbij. Ik heb in diezelfde periode meerdere malen bij [slachtoffer] in bed gelegen. Ik heb toen mijn handen op haar rug en haar buik gehad. [6]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 18 maanden;
een gedeelte van zes maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 20.267,04;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2009 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 33,22;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 20.267,04 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2009 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 136 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;