De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk niet voldoen aan haar inlichtingenplicht en het valselijk opmaken van formulieren in het kader van een bijstandsuitkering over de periode 2010-2017. Verdachte had een appartement in Turkije op haar naam staan, wat zij niet had opgegeven bij de gemeente, waardoor zij ten onrechte een uitkering ontving.
De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan wegens vermeend discriminatoir onderzoek en betoogde gebrek aan opzet, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren. De rechtbank oordeelde dat het bewijs wettig en overtuigend was en dat verdachte het appartement juridisch bezat en beschikte over het vermogen.
Hoewel de feiten strafbaar zijn, heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder cognitieve beperkingen en een overschrijding van de redelijke termijn van bijna twee jaar. Daarom werd artikel 9a Sr toegepast, en werd besloten geen straf of maatregel op te leggen.
De rechtbank wees ook het verzoek tot eendaadse samenloop af omdat de feiten verschillende strafbare belangen raken. Verdachte wordt veroordeeld, maar zonder strafoplegging vanwege haar situatie en de procesduur.