ECLI:NL:RBMNE:2021:5849
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter naar aanleiding van de afwijzing van zijn verzoek tot aanhouding van een zitting. Verzoeker beriep zich op persoonlijke omstandigheden, waaronder het recente overlijden van zijn oma en zijn borderline persoonlijkheidsstoornis, die het voor hem moeilijk maakten de zitting bij te wonen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het wrakingsprotocol van de Rechtbank Midden-Nederland. Een negatieve procesbeslissing vormt op zichzelf geen grond voor wraking, tenzij deze beslissing objectief gezien niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid.
De kantonrechter had het verzoek tot uitstel afgewezen met een begrijpelijke motivering en erkende de mentale gesteldheid van verzoeker. De wrakingskamer oordeelde dat deze beslissing niet onbegrijpelijk was en geen aanwijzingen bevatte voor vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en kon de procedure worden voortgezet zoals die was op het moment van de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd ongegrond verklaard en de procedure werd voortgezet.