ECLI:NL:RBMNE:2021:5858
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering
Eiser was werkzaam als assemblage medewerker en meldde zich op 11 februari 2019 ziek. Het UWV stelde bij besluit van 11 februari 2021 vast dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was (16,97%) en geen recht had op een WIA-uitkering. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zich mocht baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen die voldeden aan de vereiste voorwaarden. Hoewel het UWV onduidelijk was over de procedure van de hoorzitting en eiser niet expliciet was uitgenodigd, leidde dit niet tot belangenverlies omdat eiser medisch is onderzocht door de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De rechtbank concludeerde dat de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, en dat de door eiser aangevoerde verergering van klachten na de peildatum 8 februari 2021 buiten beschouwing moest blijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, maar het UWV werd opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden wegens de procedurele fout.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid is ongegrond verklaard.