Uitspraak
1.De procedure
- verzoekster, bijgestaan door mr. Dales;
- mr. A.S. Penders.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A.S. Penders, rechter in de hoofdzaak, stellende dat deze partijdig en warrig zou zijn opgetreden. Het verzoek betrof onder meer het niet stopzetten van de procedure na een akte waarin werd gesteld dat [bedrijf] BV was opgeheven en ontbonden.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend. De feiten waarop het verzoek was gebaseerd waren al op 1 september 2021 duidelijk, terwijl het verzoek pas op 8 oktober 2021 werd ingediend. De wrakingskamer benadrukte dat verzoekster had kunnen en moeten reageren zodra de feiten bekend waren.
De rechter had de procedure niet stopgezet omdat hij in het kader van hoor en wederhoor wilde dat [bedrijf] BV zich kon uitlaten over de opheffing. De wrakingskamer vond geen aanwijzingen voor partijdigheid of vooringenomenheid.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en de procedure wordt voortgezet.