ECLI:NL:RBMNE:2021:588
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling beslagvrije voet door UWV afgewezen
Eiser kreeg van UWV te horen dat hij ten onrechte twee keer een kilometervergoeding had ontvangen en moest een bedrag van €10.646,79 terugbetalen. Omdat hij dit niet in één keer kon voldoen, werd een betalingsregeling getroffen van €40 per maand. Later stelde UWV op basis van een inkomensonderzoek de terugbetaling op €62,62 per maand, waarbij de beslagvrije voet werd vastgesteld op €1.087,38.
Eiser maakte bezwaar tegen deze vaststelling en voerde aan dat UWV geen rekening had gehouden met het verplicht eigen risico van de zorgverzekering en extra kosten vanwege zijn handicap, zoals hogere energiekosten en vervoersbijdragen. Hij verwees naar een Vtlb-rapport ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat UWV bij de berekening van de beslagvrije voet geen rekening hoefde te houden met het Vtlb-rapport en dat de gebruikte berekeningsmethode in overeenstemming was met de geldende regelgeving, waaronder het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het bezwaar van eiser werd ongegrond verklaard omdat hij onvoldoende had onderbouwd dat de vastgestelde aflossingscapaciteit tot financiële problemen zou leiden.
De rechtbank wees erop dat eiser een verzoek tot kwijtschelding kan indienen als hij daadwerkelijk in financiële problemen komt en dat hij tegen een eventuele afwijzing beroep kan instellen. De procedurekosten werden niet toegewezen en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit over de beslagvrije voet wordt ongegrond verklaard.