Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] ,eiser,
Procesverloop
12 april 2020 geen uitkering krijgt op grond van de Ziektewet (ZW), omdat hij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd.
Overwegingen
Beoordelingskader van de rechtbank
19 februari 2021 naar voren gebracht dat zij in de systematiek van het CBBS uitgaan van functieaspecten zoals die zijn vastgelegd bij de functieanalyse. Deze gegevens blijven volgens het destijds geldende Schattingsbesluit (artikel 9 onder Pro a) 24 maanden geldig. Daardoor kunnen volgens het Uwv coronamaatregelen, zoals het houden van 1,5 meter afstand, niet bij de beoordeling worden betrokken en kunnen voorbeeldfuncties onveranderd als algemeen geaccepteerde arbeid worden beschouwd. Dat een functie wegens coronamaatregelen feitelijk niet toegankelijk zou zijn, wordt volgens het Uwv buiten beschouwing gelaten, omdat het geen verband houdt met de inhoud van de functie en de functiebelasting. Het is volgens het Uwv niet zo dat enkel de coronamaatregelen de functieduiding in de weg staat, als de beperkingen van een betrokkene niet in weg staan aan de functieduiding. In dit verband wijst het Uwv op artikel 19ab, tweede lid, van de ZW, waarin is bepaald dat bij het vaststellen van de verdiencapaciteit buiten beschouwing wordt gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen. Het Uwv komt daardoor niet toe aan de beoordeling die eiser graag zou willen zien, namelijk de beoordeling of in de geselecteerde voorbeeldfuncties kan worden voldaan aan de bijzondere eisen die op grond van de coronamaatregelen worden gesteld.
Beslissing
mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier. De beslissing is uitgesproken op 8 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.