ECLI:NL:RBMNE:2021:5886
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en Ziektewetuitkering na auto-ongelukken
Eiser, werkzaam als bezorger, is sinds november 2018 arbeidsongeschikt door een auto-ongeluk en ontvangt een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 25 mei 2020 vanwege een vastgesteld verdienvermogen van meer dan 65% van het maatmaninkomen. Eiser betwist deze vaststelling en stelt dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan aangenomen.
De rechtbank beoordeelde het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek waarop het UWV zich baseerde. De primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben het dossier zorgvuldig bestudeerd, inclusief een spreekuurbezoek en medisch dossier. Ondanks het ontbreken van een lichamelijk onderzoek tijdens bezwaar en beroep, concludeert de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig en toereikend was.
Eiser voerde specifieke bezwaren aan over de beoordeling van nek-, rug- en knieklachten, slaapproblemen en beperkingen in samenwerking met collega’s. De rechtbank oordeelt dat deze klachten adequaat zijn meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd om de beoordeling te weerleggen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het UWV. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.