Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. E Ossel).
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht voor het bouwen van een kapverdieping met een zelfstandige wooneenheid. Verzoeker, wonende tegenover de woning, maakte bezwaar tegen deze vergunning en vorderde schorsing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bouwplan leidt tot een vergroting van de woning en de vorming van een extra woning, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan dat dit voorkomt om de leefbaarheid te beschermen. Het college moet daarom eerst een leefbaarheidstoets uitvoeren en daarbij belangen afwegen tussen woninguitbreiding en behoud van leefkwaliteit.
Omdat de uitkomst van deze toets nog onbekend is, weegt het spoedeisend belang van verzoeker zwaarder dan de belangen van het college en vergunninghouder. De omgevingsvergunning wordt daarom geschorst tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van verzoeker. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: De omgevingsvergunning wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar.