Eiseres was sinds december 2014 ziek gemeld en werkte toen als intercultureel zorgconsulent bij haar ex-werkgever. Na een loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie werd zij per 12 december 2017 voor 100% arbeidsongeschikt verklaard. Verweerder kende haar een WGA-loonaanvullingsuitkering toe, die later werd beëindigd op grond van een nieuwe beoordeling dat zij slechts voor 27,75% arbeidsongeschikt was.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar werd niet betrokken bij het bezwaarproces, wat een procedurefout opleverde. De rechtbank oordeelt dat dit een gegronde reden is om het bestreden besluit te vernietigen voor zover het betreft de niet-betrokkenheid in bezwaar.
Inhoudelijk volgt de rechtbank de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die concludeerde dat de beperkingen van eiseres juist waren vastgesteld. Eiseres weigerde een onafhankelijk medisch onderzoek en bracht geen aanvullende medische stukken in. Daarom blijft de beoordeling dat zij voor 27,75% arbeidsongeschikt is en de beëindiging van de WGA-uitkering in stand.
De rechtbank draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens procedurefout, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.