ECLI:NL:RBMNE:2021:5896
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening onderzoek rijgeschiktheid na drugsgebruik
Verzoeker is op 11 juli 2021 aangehouden onder invloed van amfetamine, waarna het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) op 29 september 2021 een besluit nam tot schorsing van zijn rijbewijs en opleggen van een onderzoek naar zijn drugsgebruik. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 16 november 2021 via een beeldverbinding. Uit het proces-verbaal van 21 augustus 2021 blijkt dat er aanvullende gegevens zijn opgenomen over het gedrag, uiterlijke kenmerken en rijgedrag van verzoeker, die het vermoeden van rijden onder invloed van drugs ondersteunen. Dit voldoet aan de wettelijke vereisten volgens artikel 23 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011.
Hoewel het primaire besluit niet expliciet de aanvullende gegevens benoemt, acht de voorzieningenrechter de motivatie toereikend en concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Het belang van verkeersveiligheid weegt zwaarder dan het individuele belang van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit tot onderzoek en schorsing blijft van kracht.