ECLI:NL:RBMNE:2021:5963
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde NSW-landgoed en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woonboerderij op een NSW-landgoed, vastgesteld op €995.000,-. Verweerder baseert de waarde op een taxatierapport waarin de marktwaarde en bestemmingswaarde van de gebouwen zijn bepaald, rekening houdend met een instandhoudingsfactor.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De bezwaren van eiser over oppervlaktematen, objectafbakening, staat van onderhoud, referentiewoningen en grondwaarde worden gemotiveerd verworpen. De rechtbank acht de taxateur ter plaatse geweest en de gebruikte vergelijkingsmethode passend.
Daarnaast verzoekt eiser een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar en beroep. De rechtbank stelt vast dat de termijn met 1,5 jaar is overschreden en kent een vergoeding van €1.500,- toe. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar eiser ontvangt een schadevergoeding wegens de termijnoverschrijding. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 5 november 2021.
Uitkomst: Beroep tegen WOZ-waarde ongegrond verklaard; immateriële schadevergoeding van €1.500,- toegekend wegens termijnoverschrijding.