ECLI:NL:RBMNE:2021:5965
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid eigen werk en stopzetting Ziektewetuitkering na Eerstejaars Ziektewetbeoordeling
Eiser werkte als medewerker bediening/schoonmaker en ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding vanuit de Werkloosheidswet. Verweerder stelde na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling op 10 februari 2021 vast dat eiser geschikt was voor zijn eigen werk, waarna de ZW-uitkering per 17 maart 2021 werd stopgezet. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank onderzocht of de medische rapporten van de verzekeringsartsen aan de vereiste zorgvuldigheid voldeden. De rapporten waren begrijpelijk, zonder tegenstrijdigheden en gebaseerd op een zorgvuldig onderzoek, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek en medische informatie van de huisarts. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de medische beoordeling onjuist was.
Eiser voerde aan dat zijn psychische klachten en complexe problematiek hem ongeschikt maakten voor zijn werk, mede gezien de verlichtende omstandigheden bij zijn laatste werkgever. De rechtbank stelde echter vast dat de aard van het werk en de verlichtende aspecten, zoals zittend werk en eigen invulling, meewogen in het oordeel dat eiser geschikt was voor zijn eigen werk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de stopzetting van de ZW-uitkering per 17 maart 2021. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de stopzetting van de Ziektewetuitkering per 17 maart 2021.