Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Ernstige schending verkeersregels
Opzettelijk
Gevaar te duchten
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 33, 33a, 36f, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en
- 5a, 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
13.BESLISSING
gevangenisstraf van drie (3) jaren;
- ontzegtverdachte ter zake van het onder feit 1 en 3 bewezen verklaarde
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf (5) jaren; - ontzegtverdachte ter zake van het onder feit 2 bewezen verklaarde
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf (5) jaren;
verbeurd:
teruggave aan de rechthebbendevan het volgende voorwerp:
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 20.000,00;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 20.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 135 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 22.098,85;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 22.098,85 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 145 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
gelast de tenuitvoerleggingvan de door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, bij vonnis van 14 november 2019 opgelegde voorwaardelijke
gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.