ECLI:NL:RBMNE:2021:6033
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning in Utrecht voor belastingjaar 2020
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een hoekwoning in Utrecht, vastgesteld door de gemeente op €415.000 voor het belastingjaar 2020 met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €398.000 voor.
De rechtbank overweegt dat de gemeente de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat de vastgestelde waarde niet hoger is dan de waarde in het economisch verkeer. De waarde is bepaald via de vergelijkingsmethode, waarbij de woning is vergeleken met drie referentiewoningen in de omgeving, recent verkocht en voldoende vergelijkbaar qua bouwjaar en uitstraling.
De rechtbank acht de taxatiematrix en de toelichting van de taxateur voldoende onderbouwing dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De verschillen in gebruiksoppervlakte en inhoud tussen de woning en referentiewoningen zijn naar behoren meegenomen. Het betoog van eiser dat de vastgoedkaarten een grotere inhoud vermelden wordt verworpen, omdat makelaars vaak minder nauwkeurig meten en eiser dit niet met een meetkundig rapport heeft onderbouwd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €415.000 wordt ongegrond verklaard.