ECLI:NL:RBMNE:2021:6037
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde van hoekwoning vastgesteld op €355.000
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €355.000 voor het belastingjaar 2020 met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser stelde een lagere waarde van €332.000 voor, maar verweerder handhaafde de oorspronkelijke waarde.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin vier referentiewoningen werden vergeleken op basis van verkoopprijzen, bouwjaar, gebruiksoppervlakte en staat van onderhoud. De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de waardebepaling zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met verschillen zoals gebruiksoppervlakte en onderhoudsstaat.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder onvoldoende rekening met vochtoverlast, overlast door geparkeerde auto's, ligging nabij een inktfabriek en de staat van onderhoud van een referentiewoning. De rechtbank verwierp deze gronden na toelichting van verweerder en taxateur, die aannemelijk maakten dat deze factoren in de waardering waren meegenomen of geen waardedrukkend effect hadden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de waarde niet te hoog had vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter K. de Meulder op 30 november 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €355.000 wordt ongegrond verklaard.