ECLI:NL:RBMNE:2021:6041
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatig verblijf en herziening voorschotten huur- en zorgtoeslag
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening van zijn voorschotten huur- en zorgtoeslag voor 2021, omdat hij volgens de IND vanaf 9 maart 2021 een verblijfscode 98 had, wat duidt op geen rechtmatig verblijf in Nederland. Eiser voerde aan dat hij rechtmatig verblijf had vanwege lopende procedures voor een humanitaire verblijfsvergunning.
De Belastingdienst/Toeslagen baseerde de herziening op de verblijfscode van de IND en stelde dat eiser geen rechtmatig verblijf had. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst zich voldoende had vergewist van de juistheid van deze codes en dat de verblijfscodes 98, 32 en 34 geen rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 opleveren.
De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de aangewezen instantie is voor de beoordeling van rechtmatig verblijf en dat de Belastingdienst zich op de BRP-verblijfscodes mag baseren. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de herziening van de voorschotten werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening van de voorschotten huur- en zorgtoeslag wordt ongegrond verklaard.