ECLI:NL:RBMNE:2021:6052
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen gegevensverstrekking SVB aan Belastingdienst
Eiser verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handhavend op te treden tegen de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vanwege het verstrekken van persoonsgegevens van zijn minderjarige dochter aan de Belastingdienst, zonder dat hiervoor een aanvraag was ingediend. Eerder had eiser meerdere procedures gevoerd tegen de SVB over deze gegevensverstrekking.
De AP wees het handhavingsverzoek af op grond van het prioriteringsbeleid van artikel 57 AVG Pro, omdat de rechtmatigheid van de gegevensverstrekking nog onderwerp is van een lopende bestuursrechtelijke procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Eiser stelde dat de AP alsnog inhoudelijk moest beslissen en dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op een eerder handhavingsverzoek gegrond was.
De rechtbank oordeelde dat het tweede handhavingsverzoek een uitbreiding was van het eerste en dat de AP met het besluit van 19 november 2020 op beide verzoeken had beslist, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was. Tevens vond de rechtbank dat de AP redelijk had gehandeld door geen nader onderzoek te verrichten zolang de bestuursrechtelijke procedure loopt, en wees het beroep tegen het bestreden besluit af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de beleidsvrijheid van de AP om prioriteiten te stellen bij klachtenonderzoeken en het belang van samenhang in procedures over dezelfde rechtsvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard.