ECLI:NL:RBMNE:2021:6061
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens algemene beschuldiging van partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer die een eerder wrakingsverzoek behandelde, stellende dat alle rechters partijdig en bevooroordeeld zouden zijn. De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen individuele rechters die de zaak behandelen, niet tegen het gehele rechtscollege of de rechtspraak in het algemeen.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoeker feitelijk een wraking van het gehele rechtscollege beoogde, wat niet is toegestaan volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Tevens werd vastgesteld dat verzoeker waarschijnlijk opnieuw wrakingsverzoeken zal indienen die de voortgang van de hoofdzaak ernstig belemmeren.
Om verdere vertraging te voorkomen, bepaalde de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de betreffende zaken niet in behandeling zal worden genomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing werd genomen door de wrakingskamer van Rechtbank Midden-Nederland en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat dit niet gericht was tegen individuele rechters.