ECLI:NL:RBMNE:2021:607
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken toestemming bewindvoerder en connexiteit
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Regionale Sociale Dienst om zijn bijstandsuitkering met 100% te verlagen voor de duur van een maand vanaf 1 november 2020. Er is echter een bewind ingesteld over de goederen van verzoeker, waaronder zijn bijstandsuitkering valt, en een bewindvoerder is benoemd.
Volgens de wet vertegenwoordigt de bewindvoerder de rechthebbende in en buiten rechte. Verzoeker heeft het verzoek om voorlopige voorziening zelfstandig ingediend zonder een volmacht of toestemming van zijn bewindvoerder. De rechtbank heeft verzoeker in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken een schriftelijke verklaring van de bewindvoerder te overleggen, maar verzoeker heeft hier geen gehoor aan gegeven.
Daarnaast heeft verzoeker geen kopie van een bezwaarschrift overgelegd, en is gebleken dat hij geen bezwaar heeft ingediend tegen het primaire besluit. Hierdoor ontbreekt connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en een lopende bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van toestemming van de bewindvoerder en het ontbreken van connexiteit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van toestemming van de bewindvoerder en connexiteit.