De Gemeente Urk en [gedaagde] BV sloten op 11 maart 2021 een vaststellingsovereenkomst waarbij percelen werden geruild en [gedaagde] een omgevingsvergunning moest aanvragen binnen zes maanden na levering. De levering vond plaats op 8 april 2021 en de Gemeente betaalde een bedrag van €36.500 aan [gedaagde].
De Gemeente stelde vast dat [gedaagde] niet tijdig een volledig verzoek tot het verlenen van een omgevingsvergunning had ingediend en sommeerde haar dit alsnog te doen. [gedaagde] diende het verzoek pas na de gestelde termijn in, waarna de Gemeente de overeenkomst gedeeltelijk ontbond en vorderde dat [gedaagde] het perceel teruglevert en de koopprijs wordt terugbetaald.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een tekortkoming van [gedaagde] die ontbinding rechtvaardigt. Het beroep van [gedaagde] op onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid werd verworpen. De voorzieningenrechter wees de vordering van de Gemeente toe en veroordeelde [gedaagde] tot medewerking aan de eigendomsoverdracht en betaling van proces- en beslagkosten.
De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een regeling voor het geval [gedaagde] niet meewerkt aan de overdracht, waarbij het vonnis als een notariële akte zal gelden.