ECLI:NL:RBMNE:2021:6167
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen herziening kinderopvangtoeslag over 2018
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het recht op kinderopvangtoeslag over 2018 definitief vast te stellen op een lager bedrag dan eerder toegekend. Eiser had bij het aanvragen van de toeslag onjuist zijn maandinkomen opgegeven, terwijl het daadwerkelijke verzamelinkomen pas na afloop van het kalenderjaar bekend werd bij verweerder.
Eiser stelde dat de herziening onrechtmatig was omdat alle relevante gegevens reeds tijdens een eerdere bezwaarprocedure bekend waren. De rechtbank oordeelde dat de bezwaarprocedure betrekking had op andere gegevens en dat eiser niet had aangetoond dat hij zijn werkelijke jaarinkomen tijdig had doorgegeven.
De rechtbank benadrukte dat het systeem van de kinderopvangtoeslag voorschotten kent die later worden herzien op basis van definitieve inkomensgegevens. Eiser had de verplichting om wijzigingen te melden en de verstrekte gegevens te controleren. Het niet controleren en het onjuist doorgeven van het inkomen leidde tot een juiste herziening door verweerder.
De rechtbank vond geen onrechtmatig of onzorgvuldig handelen van verweerder en verklaarde het beroep ongegrond. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de kinderopvangtoeslag over 2018 is ongegrond verklaard.