Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
in voorraad heeft gehad;
in voorraad heeft gehad;
telkens zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
in voorraad heeft gehad;
telkens zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
telkens een middel als bedoeld in de bij Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
in voorraad heeft gehad;
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en
- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en
- 1, 18 en 40 van de Geneesmiddelenwet
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
245 dagen;
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast;
taakstraf van 180 uren;