Verzoeker heeft een beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en na wijziging van het bezwaar het beroep ingetrokken. Vervolgens heeft verzoeker vergoeding van proceskosten gevorderd.
De rechtbank beoordeelde de specificaties van de door verzoeker gemaakte kosten. De kosten voor rechtsbijstand werden vastgesteld op €1.870,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Voor de deskundigenkosten werd een bedrag van €2.948,88 toegekend op basis van het maximumtarief voor psychiatrisch onderzoek en de opgegeven uren.
Een specificatie van een andere deskundige werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over het verband met de procedure. Het totale toe te kennen bedrag aan proceskosten komt daarmee op €4.818,88.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht rechtstreeks door verweerder moet worden vergoed op grond van de Awb. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. van der Linde op 22 december 2021.