Op 17 maart 2021 is bij verstek een vonnis gewezen waarin eiseres is veroordeeld om loonspecificaties aan gedaagde te verstrekken, met een dwangsom bij niet-nakoming. Eiseres verzocht in kort geding om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis, stellende dat sprake is van een kennelijke misslag en nieuwe feiten die schorsing rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat schorsing alleen mogelijk is bij misbruik van bevoegdheid, bijvoorbeeld bij een kennelijke misslag of een noodtoestand door nieuwe feiten. De stellingen van eiseres zijn onvoldoende om schorsing te rechtvaardigen. Het vonnis berust niet op een kennelijke misslag, mede omdat eiseres salarisbetalingen deed en het dienstverband heeft beëindigd namens de dochtermaatschappijen.
Ook is niet aannemelijk dat eiseres niet kan voldoen aan het vonnis of dat gedaagde geen belang meer heeft bij de loonspecificaties. De vordering tot schorsing wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
In reconventie vordert gedaagde betaling van een bedrag wegens verbeurde dwangsommen en verhoging van het maximum van de dwangsom. Deze vorderingen worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onduidelijkheid over nakoming. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Het vonnis is gewezen door mr. J.M. van Jaarsveld en op 22 december 2021 openbaar uitgesproken.