Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een onherroepelijke veroordeling door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 4 mei 2021 tot een gevangenisstraf van acht maanden voor overtreding van artikel 311 lid 1 sub Pro 5 Sr. Deze straf is ten uitvoer gelegd;
- een onherroepelijke veroordeling door de Politierechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 30 juli 2019 tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het overtreden van artikel 311 lid 1 sub Pro 5 Sr. Deze straf is ten uitvoer gelegd;
- een onherroepelijke veroordeling door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 december 2018 tot een gevangenisstraf van één maand voor het overtreden van artikel 311 lid 1 sub Pro 5 Sr. Deze straf is ten uitvoer gelegd.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor