ECLI:NL:RBMNE:2021:6257
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek tot inschrijving en erkenning in BRP
Eiser diende op 25 februari 2021 twee verzoeken in bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht: inschrijving van zijn zoon in de Basisregistratie Personen (BRP) en het opmaken van een erkenningsakte met opname van de Nederlandse nationaliteit. Verweerder schreef de zoon per 31 maart 2021 in de BRP in, maar vroeg op 2 april 2021 om aanvullende documenten voor het tweede verzoek.
Eiser stelde verweerder op 29 juni 2021 in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing en stelde vervolgens beroep in wegens niet tijdig beslissen. Verweerder nam op 5 oktober 2021 een besluit waarin de erkenning werd verleend op basis van de overgelegde notariële akte.
De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn voor het tweede verzoek op grond van artikel 4:13 Awb Pro acht weken bedroeg, maar dat deze termijn opgeschort was vanaf 2 april 2021 tot 15 september 2021 vanwege het verzoek om aanvullende documenten. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en heeft verweerder geen dwangsom verbeurd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de beslistermijn was opgeschort en geen dwangsom is verbeurd.