ECLI:NL:RBMNE:2021:6266
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Belastingteruggave 2019 terecht aangemerkt als inkomen bij bijstandsuitkering en teruggevorderd
Eiseres ontvangt sinds 26 maart 2016 een bijstandsuitkering. In 2019 ontving zij een belastingteruggave van € 2.781,- vanwege verrekenbare verliezen tot en met 2015. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder, heeft dit bedrag in 2021 teruggevorderd op grond van de Participatiewet (Pw), omdat de teruggave als inkomen wordt beschouwd.
Eiseres betwist deze terugvordering en stelt dat de teruggave als vermogen moet worden gezien, omdat zij in 2015 nog geen bijstandsuitkering ontving en het bedrag onder de vermogensgrens van de Pw blijft. Zij verwijst ter onderbouwing naar een brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De rechtbank oordeelt dat het niet relevant is op welke periode de verrekenbare verliezen betrekking hebben, maar dat het gaat om de teruggave van belasting over 2019, het jaar waarin eiseres bijstand ontving. De belastingteruggave betreft loonheffing die in 2019 is geheven, en daarom is het terecht als inkomen aangemerkt. Eiseres heeft geen dringende redenen aangevoerd die een terugvordering zouden moeten verhinderen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De belastingteruggave van 2019 is terecht als inkomen aangemerkt en het beroep tegen de terugvordering is ongegrond verklaard.