Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Voor het onder 1 primair tenlastegelegde geldt dat het steken in de richting van het hoofd/bovenlichaam niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daarnaast kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte stekende bewegingen heeft gemaakt met een groot mes aangezien uit het dossier niet volgt hoe lang het mes is. Ook kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte heeft gehandeld met voorbedachten rade. Het is immers aannemelijk dat verdachte op het moment van het incident vanuit impulsiviteit heeft gehandeld. Voorts kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het slachtoffer willens en wetens van het leven heeft willen beroven dan wel bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer het leven zou laten.
- Voor het onder 2 primair en 3 primair tenlastegelegde geldt eveneens dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het slachtoffer willens en wetens van het leven heeft willen beroven dan wel bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer het leven zou laten;
- Voor het onder 3 subsidiair tenlastegelegde geldt dat uit de letselrapportage in het dossier blijkt dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel.
letselrapportbetreffende aangever [slachtoffer 2] is onder meer het volgende gerapporteerd, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
jeugddetentievan
222 dagen;
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;